Hendrikus (Henk) van den Brink werd op 11 september 1923 geboren in Bennekom, gemeente Ede. Hij is het zevende kind, en vijfde zoon, van Evert Jan van den Brink (1888-1964) en Willemina Willemsen (1883-1943). In de zomer van 1944 kwam hij in aanraking met de Duitse bezettingsmacht en werd hij opgesloten in Kamp Amersfoort, waar hij als gevangene geregistreerd stond onder nummer 5480. Uit de administratie blijkt dat hij daar in augustus 1944 aanwezig was.

Op 1 september 1944 werd hij met een transport vanuit Amersfoort naar Duitsland gestuurd, samen met honderden andere Nederlandse gevangenen. De bestemming was de regio Böhlen/Peres, ongeveer 24 kilometer ten zuiden van Leipzig, waar de Sächsische Werke (ASW) een groot industrieel complex runden.
Daar lag ook het nieuw opgerichte Arbeits-Erziehungslager (AEL) “Alpenrose”, een werkkamp voor gedwongen arbeidsinzet van gevangenen.
Kamp Alpenrose
Alpenrose werd opgezet in de tweede helft van 1944 om Nederlandse en andere buitenlandse gevangenen in te zetten voor de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp lag in een bosrijke omgeving bij Peres en bestond uit enkele woonbarakken en een ziekenbarak. De gevangenen moesten werken bij de Böhlener Werke (Sächsische Werke) en bijbehorende fabrieken, waar onder meer synthetische brandstoffen werden geproduceerd. Werkzaamheden waren zwaar: puinruimen na bombardementen, herstelwerkzaamheden en het bouwen van barakken, maar ook directe inzet in de fabriek.
De oprichting van Alpenrose hing nauw samen met de economische en militaire plannen van Duitsland in de jaren ’30 en ’40. In Böhlen en omgeving werd al sinds 1925 gewerkt aan de productie van brandstof uit bruinkool. Dit proces, de zogenaamde karbochemie, werd versneld na 1933, toen de nazi-regering onafhankelijk wilde worden van buitenlandse olie. Rond 1935–1936 kwamen er grote fabrieksinstallaties en teerhydrieringswerken tot stand in Böhlen, wat leidde tot duizenden banen en een economische opleving in de regio.
Bombardementen en gevaar in het kamp
Tijdens Hendrikus’ verblijf in Alpenrose werd de omgeving herhaaldelijk doelwit van geallieerde bombardementen. Tussen mei 1944 en maart 1945 vonden minstens 13 luchtaanvallen plaats op de fabrieken bij Böhlen en Lippendorf, waaronder de Braunkohle-Benzin AG (Brabag). Deze bombardementen veroorzaakten ernstige schade aan de fabrieken en de infrastructuur. Na het zwaarste bombardement op 21 maart 1945 was ongeveer 80% van de productiecapaciteit vernietigd.
De gevangenen in Alpenrose werden ingezet om het puin op te ruimen en de beschadigde fabrieken te herstellen. Ze werkten onder gevaarlijke omstandigheden, met weinig bescherming tegen de luchtaanvallen. Het is zeer waarschijnlijk dat Hendrikus betrokken was bij dit puinruimen en getuige was van de verwoesting door de bombardementen, wat het verblijf in het kamp extra zwaar maakte.
Het overlijden van Hendrikus
Hendrikus van den Brink werd ziek tijdens zijn verblijf in Alpenrose en overleed op 14 november 1944 in Borna, dicht bij Peres. De officiële doodsoorzaak was difterie, een besmettelijke infectie veroorzaakt door de bacterie Corynebacterium diphtheriae. Deze bacterie tast vooral de keel en neus aan en kan ook het hart, de nieren en het zenuwstelsel beschadigen.
De omstandigheden in Alpenrose maakten Hendrikus bijzonder kwetsbaar voor een ziekte als difterie:
- Overbevolkte barakken en slechte hygiëne vergrootten de kans op besmetting.
- Ondervoeding en uitputting verzwakten zijn immuunsysteem.
- Gebrek aan medische zorg maakte adequate behandeling onmogelijk.
- Stress en gevaar door bombardementen verlaagden zijn weerstand nog verder.
Hendrikus was slechts 21 jaar oud toen hij stierf.
Nalatenschap
Na de oorlog werd zijn lichaam herbegraven op het Nederlands ereveld Osnabrück (Westerberg), waar hij nog steeds wordt herdacht. Zijn leven en tragische dood illustreren de ontberingen van gedwongen arbeid in de Duitse oorlogsindustrie, in een context die economisch, militair en technologisch werd bepaald, en waarin zowel bombardementen als ziekten een directe bedreiging vormden voor de gevangenen.