(Gaart Derk)

Hermanus van den Brink werd op 3 januari 1898 geboren in Bennekom, als oudste van dertien kinderen van Hendrik van den Brink (1874-1930) en Antonia Koops (1876-1947). Hij groeide op in een dorp dat aan het begin van de twintigste eeuw nog sterk werd gekenmerkt door landbouw, ambacht en hechte sociale verbanden. Het dagelijks leven speelde zich af binnen een overzichtelijke gemeenschap, waarin taal, gebruiken en onderlinge verhoudingen vanzelfsprekend waren.

Die Bennekomse wereld van zijn jeugd zou later een blijvende invloed op hem hebben. Wat voor velen gewoon was, werd door hem met aandacht waargenomen en uiteindelijk vastgelegd.

Opleiding en beroep

Hermanus koos voor het vak van typograaf, een beroep dat technisch inzicht, precisie en taalgevoel vereiste. In die tijd werd drukwerk grotendeels met de hand gezet: de typograaf werkte met losse loden letters, plaatste deze spiegelbeeldig in een zethaak en zette regels en pagina’s zorgvuldig op tot een volledige drukvorm. Elke letter, spatie en leesteken moest precies kloppen, en fouten werden direct gecorrigeerd. Het werk vereiste geduld, concentratie en oog voor detail, eigenschappen die Hermanus later ook in zijn schrijverschap als Gaart Derk toepaste.

Huwelijk en gezin

Op 11 februari 1921 trad Hermanus van den Brink in Wageningen in het huwelijk met Wilhelmina Christina Jansen, die daar op dat moment woonachtig was. Kort daarna vestigde het jonge gezin zich in Wageningen.

Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren:

  • Wilhelmina Christina van den Brink, geboren op 18 juni 1921
  • Hendrik van den Brink, geboren op 4 september 1924

Na een relatief korte tijd in Wageningen keerde het gezin weer terug naar Bennekom, waar Hermanus zijn werk, familie en dorpsleven opnieuw kon oppakken.

Gaart Derk en de Bennekumsche Krabbels

Gaart Derk

Vanaf 16 april 1947 verschenen in de Bennekomse Courant regelmatig korte stukken in het Bennekomse dialect onder de naam Gaart Derk. Op dat moment werkte Hermanus bij drukkerij Frouws in Ede, die de Bennekomse Courant drukte. Door zijn positie bij de drukkerij kon hij zijn krabbels efficiënt en nauwkeurig in de krant laten plaatsen. Alleen de hoofdredacteur, Jac. Gazenbeek, was op de hoogte van zijn identiteit, waardoor contact tussen schrijver en krant uitsluitend schriftelijk verliep.

Wat de Bennekumsche Krabbels van Gaart Derk zo bijzonder maakt, is niet alleen wát hij beschreef, maar vooral hoe hij dat deed. Hij schreef in het Bennekoms dialect, niet als versiering of uit nostalgie, maar omdat dit de taal was waarin het dorpsleven zich afspeelde en begrepen werd. Zijn zinnen volgen het ritme van de gesproken taal: rustig, observerend, soms met een lichte humor, maar altijd zonder opsmuk. Hij noemt mensen bij naam, beschrijft winkels, beroepen en plekken zoals ze werkelijk waren, en laat veranderingen zien zonder ze te veroordelen. Daardoor verdwijnen schrijver en oordeel naar de achtergrond en komt het dorp zelf naar voren. In die eenvoud schuilt zijn kracht: Gaart Derk legde Bennekom vast zoals het was, in woorden die vertrouwd klonken en juist daardoor een blijvende waarde hebben gekregen.

Voorbeelden waar hij over schreef zijn onder andere:

  • Herstel van het dorp na de Tweede Wereldoorlog: in zijn eerste krabbel van 16 april 1947 liep hij door Bennekom en beschreef hoe winkels en huizen waren opgeknapt, ruiten waren vervangen en beschadigde panden hersteld. Het dorp was nauwelijks meer te herkennen vergeleken met de oorlogsjaren.
  • Nieuwe en herbouwde winkels: hij noteerde hoe Driekus Folmer een winkel “De Kromme Dissel” opende met antieke spullen, en hoe Geurt van Silfhout zijn winkel uitbreidde en moderniseerde. Hierbij lette hij op de veranderingen in het dorpsleven en hoe mensen werkten en handelden.
  • Dagelijks leven en gewoonten: hij observeerde wat mensen kochten, welke producten populair waren en hoe jonge ondernemers het werk van oudere generaties voortzetten.
  • Vergelijkingen tussen vroeger en nu: hij keek terug op veranderingen in de afgelopen vijftig jaar, van 1900 tot ca. 1950, en schetste hoe huizen, winkels en straten veranderd waren.
  • Humor en herkenning: zijn teksten waren nuchter en observerend, vaak met een subtiele humor, waardoor lezers zich direct konden herkennen in zijn verhalen.

Vereniging Oud-Bennekom

In 1947 werd Hermanus lid van de Vereniging Oud-Bennekom, waarvan hij van 24 januari 1956 tot 24 januari 1967 penningmeester was.

Binnen het bestuur vervulde hij een bijzondere rol: zijn schrijverschap als Gaart Derk bleef jarenlang onbekend. Hij betaalde tweemaal contributie, eenmaal als H. van den Brink en eenmaal als Gaart Derk, en nam actief deel aan bestuursvergaderingen over de mysterieuze chroniqueur, zonder dat iemand doorhad dat hij het zelf was. Tot aan zijn overlijden wist hij zijn dubbelrol als bestuurslid en dialectschrijver verborgen te houden.

Laatste jaren en betekenis

Hermanus van den Brink overleed op 18 mei 1967 in Apeldoorn, op 69-jarige leeftijd. Pas later werd duidelijk dat de vaste dialectschrijver van de Bennekomse Courant en de nauwgezette penningmeester van Oud-Bennekom dezelfde persoon waren.

Binnen de familiegeschiedenis neemt hij een bijzondere plaats in. Als typograaf stond hij midden in de wereld van het geschreven woord; als Gaart Derk gebruikte hij dat vakmanschap om de taal en het dorpsleven van zijn jeugd vast te leggen. Zijn werk vormt tot op heden een waardevolle bron voor de geschiedenis van Bennekom en een blijvende herinnering aan een dorp dat ingrijpend veranderde, maar in zijn woorden bewaard bleef.