Willabartus van den Brink werd geboren op 14 februari 1811 in het Veluwse dorp Bennekom, als zoon van Hendrik van den Brink (1779-1844) en Annetje Stomphorst (1789–1845). Zijn jeugd speelde zich af in een tijd waarin Nederland zich langzaam herstelde van de Napoleontische oorlogen. In deze periode van wederopbouw was de dienstplicht (loting voor de Nationale Militie) een integraal onderdeel van de staat. Toen Willabartus begin twintig was, werd hij ingeloot voor de Nationale Militie en ingedeeld bij de 12e Afdeling Infanterie van het Nederlandse leger. Volgens militaire signalementsregisters was hij 1,60 meter lang, met donker haar en een gezonde lichaamsbouw.

Stukje uit het lotingsregister

In oktober 1830, direct na het uitbreken van de Belgische Opstand, werd Willabartus als loteling van de lichting 1830 (gemeente Ede, nr. 55) opgeroepen voor werkelijke dienst. Volgens het stamboek werd hij op 1 oktober 1830 ingedeeld bij de 12e Afdeling Infanterie, waarna hij op 1 december 1830 op last van een ministeriële beschikking (23 oktober 1830, nr. 1293) werd overgeplaatst naar het 1e Regiment Infanterie. Deze eenheid bleef zijn hoofdonderdeel gedurende de daaropvolgende jaren.

Neerslaan van een opstand

In augustus 1831 nam Willabartus deel aan een van de belangrijkste militaire operaties van het jonge koninkrijk: de Tiendaagse Veldtocht. Deze campagne, onder leiding van kroonprins Willem (de latere koning Willem II), had tot doel de Belgische Opstand neer te slaan en het koninkrijk in zijn oude grenzen te herstellen. De opstand, begonnen in 1830, had geleid tot het uitroepen van een onafhankelijk België. Koning Willem I wilde dit niet accepteren, en besloot militair op te treden. De veldtocht begon op 2 augustus 1831 en verliep aanvankelijk succesvol voor de Nederlandse troepen, die snel terreinwinst boekten in Belgisch Limburg en Brabant.

Willabartus maakte deel uit van het 1e Regiment Infanterie, waar hij sinds december 1830 officieel stond ingeschreven. Zijn eerdere korte indeling bij de 12e Afdeling verklaart latere archiefverwijzingen, maar tijdens de Tiendaagse Veldtocht streed hij als soldaat van het 1e Regiment, onderdeel van het mobiele leger. bestaande uit verschillende bataljons, waaronder het 15e van Linie en diverse militiebataljons uit de zuidelijke provincies.

Kaart van Nederlandse troepenbewegingen tijdens de Tiendaagse Veldtocht, 1831
Kaart van Nederlandse troepenbewegingen tijdens de Tiendaagse Veldtocht, 1831. In blauw de bewegingen die de 3e Divisie heeft gemaakt. (Rijksmuseum)

Op 5 augustus bevond hij zich bij Beringen, in Belgisch Limburg. Hier marcheerden de Nederlandse troepen richting het zuiden en westen, op weg naar de frontlinies rond Hasselt en Diest. Hoewel er bij Beringen geen grote slag plaatsvond, bevonden de troepen zich in een constant staat van paraatheid. De dreiging van Belgische sluipschutters, hinderlagen en logistieke uitdagingen maakte elke dag in het veld onzeker en inspannend.

Op 11 augustus 1831 was Willabartus betrokken bij de Slag bij Bautersem, een dorp ten oosten van Leuven. Deze confrontatie was aanzienlijk feller en betekende het keerpunt in de veldtocht. De Nederlanders, onder leiding van kroonprins Willem, zetten de aanval in om Leuven te bereiken. In en rondom Bautersem stuitten ze op hevig verzet van Belgische vrijwilligers, waaronder burgerwachten en studentencompagnieën. De strijd werd geleverd onder moeilijke omstandigheden, met beperkte bevoorrading en uitputting onder de manschappen. Willabartus vocht hier zij aan zij met honderden andere infanteristen in een poging het Belgische verzet te breken. Hoewel ze tactisch succes boekten, leidde de diplomatieke dreiging van een Frans interventieleger ertoe dat het Nederlandse leger zich op 12 augustus weer moest terugtrekken. Daarmee kwam abrupt een einde aan de Tiendaagse Veldtocht.

Schilderij van de Slag bij Bautersem, gedurende de Tiendaagse Veldtocht
Schilderij van Nicolaas Pieneman uit 1833 welke de Slag bij Bautersem, gedurende de Tiendaagse Veldtocht afbeeldt. (Rijksmuseum)

Voor zijn deelname werd Willabartus onderscheiden met het Metalen Kruis, zoals in zijn stamboek vermeld staat: “Metalen Kruis den 5 April 1832”, met een aanvullende administratieve aantekening uit 1833. Dit erkende officieel zijn inzet tijdens de operaties in België. Deze onderscheiding, een herinneringsmedaille, werd uitgereikt aan Nederlandse soldaten die actief hadden deelgenomen aan de Tiendaagse Veldtocht. Dit is een belangrijk historisch aandenken aan een korte maar intense episode in de Nederlandse militaire geschiedenis. Het Metalen Kruis werd pas in 1832 toegekend, wat laat zien dat de veldtocht ook op nationaal niveau erkend werd als een vormende gebeurtenis.

Leven na de nationale militie

Na zijn diensttijd keerde Willabartus terug naar zijn geboortegrond. Hij werd op 12 augustus 1839 officieel ontslagen uit militaire dienst op eigen verzoek (E.V.D.), volgens autorisatie van het Departement van Oorlog. Op 15 september 1839 ontving hij hiervoor een militair paspoort waarmee hij definitief mocht terugkeren naar Bennekom. In 1840 trouwde hij met Hendrina Fredriks, met wie hij twee kinderen kreeg. Hij werkte daarna als klompenmaker, het beroep van zijn vader, en leidde een eenvoudig maar stabiel bestaan in en rond Bennekom. Helaas overleed hij jong, in 1846, op slechts 35‑jarige leeftijd. Mogelijk hebben de ontberingen tijdens zijn militaire dienst of latere gezondheidsproblemen hieraan bijgedragen.

Toch leeft zijn verhaal voort: als eenvoudige infanterist stond hij aan de frontlinie van een conflict dat bepalend was voor het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Zijn naam, terug te vinden in de archieven van het Nationaal Archief, militaire stamboeken en familieonderzoek, staat symbool voor de honderden jonge mannen die in 1831 onder moeilijke omstandigheden ten strijde trokken. Het is een verhaal van plicht, opoffering en betrokkenheid bij de vorming van de nationale identiteit.

Willabartus van den Brink is daarmee niet alleen een voorouder, maar ook een stille getuige van een beslissend moment in de geschiedenis van Nederland en België.